Ondersteunt Web 2.0 sociale (leer)processen binnen virtual communities?
Martin Kloos is een afstudeerder aan de UVA. Ik vind zijn onderzoek ontzettend interessant en geef hem daarom hier de gelegenheid om zijn onderzoek te presenteren. Martin is overigens zelf al enorm goed aan het netwerken, waardoor ik zeker weet dat hij een mooi onderzoek zal afleveren. Aan Martin het woord. >"De manier waarop wij het Internet gebruiken is snel aan het veranderen. Nieuwe Internet Start-ups schieten als paddenstoelen uit de grond die allemaal nieuwe en innovatieve diensten aanbieden. Veel van deze start-ups hebben één ding gemeen: de community speelt een enorm belangrijke rol. Deze tendens is onderdeel van een meer algemene trend die we voor het gemak maar 'Web 2.0' noemen.
>Of Web 2.0 nu een marketinghype is of niet, het feit is dat er een verandering gaande is. We zien bijvoorbeeld verschuivingen van'publisher-generated-content' naar 'user-generated-content'. We zien verschuivingen van offline, individuele opslag van bookmarks richting online, collaboratieve opslag van bookmarks. We zien verschuivingen van category-based information storage en retrieval richting tag-based information storage en retrieval. We zien een verschuiving richting een Internet dat steeds meer een ontmoetingsplaats wordt waar mensen informatie delen, opslaan en creëren. Talloze Weblogs, Wiki’s, Social bookmarking en andersoortige diensten waar samenwerking en kennisdeling centraal staat, zien dagelijks het levenslicht.
>Het Internet vormt al jaren een belangrijke bron voor kenniswerkers. Nu het Internet een andere toepassing lijkt te krijgen, verandert ook de manier waarop een kenniswerker het Internet zou kunnen gebruiken. Deze gedachte vormt in essentie het uitgangspunt van mijn afstudeeronderzoek.
>Een belangrijk uitgangspunt in mijn studie aan de UvA is dat kennis niet zomaar te managen valt. Kennis is een sociaal begrip en is daardoor contextafhankelijk. Kennis wordt in deze opvatting als een grondstof voor leren beschouwd. Leren wordt eveneens gezien als een sociaal proces, waarbij participatie en groepen van mensen een belangrijke rol spelen. Centraal in deze gedachte staat de theorie van Wenger (1998). Wenger heeft zijn ideeën vormgegeven in een “Social Learning Theory”, waarin hij enigzins afwijkt van de traditionele benadering van leren. Leren, volgens Wenger, vindt namelijk niet zozeer binnen gestelde (leeftijd)grenzen plaats, maar vindt plaats binnen zogeheten Communities of Practice (CoP’s). Communities of Practice zijn groepen van mensen met een gedeelde passie of interesse, die gezamenlijk werken om deze passie verder te ontwikkelen. Met zijn benadering van leren stelt Wenger niet dat traditionele leermethoden niet voldoen, maar hij stelt daarmee bijvoorbeeld wel dat leren in groepen vaak wordt onderschat. Leren in een CoP vindt plaats door het creëren van continue wederzijdse betrokkenheid, het ontwikkelen en verbeteren van het gezamenlijke doel van de community en het ontwikkelen van een gedeeld repertoire. Centraal in deze processen staat het proces van continue onderhandeling over betekenis. CoP's vormen vandaag de dag steeds vaker de basis voor kennismanagement.
CoP’s zijn in essentie niet te managen. Zoals je een plantje slechts kan ondersteunen in zijn groeiproces door deze geregeld water te geven, zo zijn CoP’s slechts te ondersteunen door de juiste faciliteiten te bieden. Het ontstaan, het groeien en het bloeien van CoP’s is een proces dat niet te sturen valt. Zij ontstaan slechts daar waar mensen een gedeelde passie of een gedeeld doel hebben en waar mensen met elkaar werken om dat doel te bereiken en daarmee de lat voor de community steeds hoger leggen.
>Technologie is binnen de context van Communities of Practice veelal van ondergeschikt belang. Het sociale, interactieve en collaboratieve proces speelt een veel belangrijker rol. Echter naarmate CoP’s groeien en grenzen van afdelingen, organisaties, landen en werelddelen overschrijden, neemt het belang van ICT uiteraard toe. Maar CoP’s zijn vaak aangewezen op ICT voorzieningen die niet aansluiten bij de primaire eigenschappen van dergelijke Communities (zie oa Wenger, 2005). De 'eerste generatie' kennismanagement tools bijvoorbeeld, waren voornamelijk gericht op het creëren van 'kennis' en het opslaan en terugvinden daarvan. In Wenger’s benadering hebben de begrippen kennis en leren een veel meer sociale benadering, waardoor de nadruk in technologie veel meer zou moeten liggen op het met elkaar in contact treden, elkaar ontmoeten en nieuwe mensen ontmoeten, maar ook op het delen, verspreiden en gezamenlijk creëren van kennis.
>En dat is in mijn ogen nu net wat de kracht van de nieuwe generatie (of Web 2.0) diensten is. Veel diensten ondersteunen dit sociale proces. Veel diensten maken het uitwisselen van kennis mogelijk. Veel diensten maken het onderhandelen over betekenis mogelijk. Veel diensten maken het creëren van een gedeeld repertoire mogelijk.
In mijn afstudeeronderzoek richt ik mij dan ook op de bijdrage die Web 2.0 kan bieden op het leerproces binnen Communities of Practice. Daarmee implicerend dat Web 2.0 een bijdrage kan leveren aan kennismanagement (vanuit een subjectivistische benadering). Ik onderzoek dit in eerste instantie vanuit de literatuur, waar ik aanknopingspunten hoop te vinden waaruit voorwaarden, condities en mechanismen zijn af te leiden die inzicht geven in de effecten van technologie in het algemeen, en Web 2.0 specifiek, op het leerproces binnen CoP’s.
>Naast dit literatuuronderzoek zal ik eveneens een drietal typische Web 2.0 diensten evalueren. Ten eerste een Weblog welke gedurende de cursus Management van Immateriële Waarden aan de UvA met een dertigtal studenten is opgesteld. Ten tweede zal ik een social bookmarking en -networking dienst analyseren, namelijk http://uva.watvindenwijover.nl. Dit is een afgeleide versie van http://www.watvindenwijover.nl, de eerste Nederlandstalige social bookmarking en networking dienst. Deze afgeleide versie is speciaal ingericht voor een groep van 30 studenten die momenteel het vak KennisManagement volgen aan de UvA. Ten derde tracht ik een tiental Wiki gebruikers te benaderen voor een interview. De literatuurstudie en analyse van de diensten dient als basis voor een eerste set van hypothesen, die in een focus groep interview met een vijftal experts nader zal worden verfijnd.
>Het doel van mijn onderzoek is het formuleren van een set van hypothesen die verklaren wat de effecten en onderliggende mechanismen van Web 2.0 op het leerproces binnen CoP’s zijn. Deze hypothesen vormen het uitgangspunt voor nader onderzoek, waarin de hypothesen empirisch onderzocht kunnen worden.








